Pretparkmensen

k

Afgelopen woensdag was het weer zo ver: ik ging naar de Efteling. Ieder jaar roep ik dat ik het volgende jaar niet meer ga, want “ik heb het nu zó vaak gezien, dat ik de hele Efteling kan dromen”. En dit zeg ik dus al vijf jaar achtereen. Je kan mij dan ook wel een professionele Efteling-ganger noemen (of -gangster, wat jij wil). In achtbanen ga ik niet, dus ga ik in de ‘saaiere’ Droomvlucht, Fata Morgana, Pirañha, het Spookslot en de ergste attractie die ooit is gemaakt: Carnaval. Het Sprookjesbos vind ik inmiddels zo lame dat ik daar met een grote boog omheen loop. Net als om Laafland. Ik haat laven. Mijn dagje Efteling is dus niet zo spannend en al helemaal niet als je al meer dan tien keer in die attracties bent geweest.

Maar er is één ding dat mij blijft fascineren. Pretparkmensen. En dan bedoel ik niet de puisterige pubers en hippe twintigers die een half jaar hebben moeten sparen om zo’n verschrikkelijk duur entreekaartje te kunnen kopen. Nee. Pretparkmensen omvatten alles wat ik later NIET wil worden. Het zijn jonge gezinnen waar de burgerlijkheid van af druipt. Vader heeft een prachtige afritsbroek aan van de ANWB. Natuurlijk met een paar degelijke sandalen eronder en met een beetje geluk draagt hij er een paar sokken in. Op zijn rug draagt hij een flink gevulde rugtas, waardoor zijn rug net zo bol staat als zijn buik. Want vaak zijn deze mannen niet echt de slankste – netjes gezegd. De moeder van het gezin ziet er veelal niet beter uit. Het haar is vaak lekker kort, lekker pittig. Het liefst roodgeverfd, maar vaak heeft moeders daar geen tijd voor, waardoor het een niet te omschrijven kleurtje heeft. Net als haar broek eigenlijk, het liefst een iets te strakke driekwartsbroek. Daaronder draagt zij een paar (stevige) wandelschoenen of – daar zijn ze weer – sandalen. Ze heeft een iets te strak shirtje aan, waardoor je alle ronddingen (lees: vetrollen) en hangborsten goed kan zien. Meestal heeft moeder de eer om de zwaarbeladen buggy voor te duwen. Je zou denken dat de buggy gebruikt wordt voor het vervoeren van één van hun kinderen, maar daarmee heb je het flink mis. De buggy is uitgerust met een rugtas en een flinke koeltas vol met zelfgesmeerde broodjes klamme kaas en voor de kids een paar met gesmolten hagelslag. De Sultana’s, Liga’s en andere semi-gezonde koeken zijn natuurlijk niet vergeten, net zo min als de zak winegums. Pakjes sap als Wicky en Taxi vliegen je om de oren en natuurlijk was moeder zo slim geweest om een pak vochtige doekjes mee te nemen – je weet maar nooit wanneer je die nodig hebt. De kinderen verschillen niet veel van hun ouders: een driekwartsshort, een paar makkelijke sandaaltjes (mét sok natuurlijk) en een lichtgekleurd shirtje vol met vlekken. Vaak zijn de kids uitgerust met een verse snottebel uit hun neus. Zo’n hele grote groene, weet je wel.

Dit dus.

Dit is de light-variant.

Normaal gesproken spot je zulke mensen niet zo snel in het wild, maar in de Efteling breek je je nek over de buggy’s en de rondrennende kolerekoters. Om de één of andere reden lijkt het alsof die mensen in een eigen wereld leven. Ze lopen ontzettend traag over het park, staan random stil waardoor je er bijna tegenop knalt en laten hun ADHD-zoontjes door de ellenlange attractie-rij heen en weer rennen en gillen. De meeste pretparkmensen komen uit de zuidelijke provincies van Nederland of zelfs uit België. De zachte-G, verkleinwoorden en ander vaag taalgebruik vliegt je om de oren. Als je op het pretpark naar de wc gaat lijkt het alsof je de hel bent betreden. De poepluiers van baby’s, peuters en zelfs kleuters worden en public verschoond, inclusief de heerlijke aroma’s. De wel zindelijke kinderen gaan natuurlijk naar de gewone wc. Je zou denken dat de jongetjes met hun vader mee gaan naar het herentoilet, maar nee, die gaan gezellig met moeders het vrouwentoilet onderpissen waardoor je zelf niet meer fatsoenlijk op de bril kan zitten. Ook moeten kinderen ALTIJD poepen, net als hun moeder die totaal geen schaamte kent. Het is heel wat als je na een toiletbezoek je kotsneigingen heb kunnen onderdrukken. De Efteling-toiletten zijn dus eigenlijk al een attractie op zich.

Nu hoor ik je zeggen: “Maar waarom ga je dan in godsnaam naar de Efteling?!” en ik zal je eerlijk vertellen: dat weet ik zelf ook niet precies. Het heeft denk ik te maken met m’n goede oude kindertijd, waar de Efteling iets magisch had. Waar ik doodsbang in het Spookslot stond en verwonderd door Droomvlucht ging. Waar ik spuugmisselijk uit Villa Volta kwam. Waar ik vervolgens dus ook nooit meer in ben geweest. Waar ik extreem gelukkig werd van de zingende paddenstoelen en het stiekem een beetje eng vond om vuilnis in de mond van Holle Bolle Gijs te doen. Al die magie is inmiddels verdwenen en ik heb nu ook met mezelf afgesproken dat ik de komende vijf jaar niet meer naar de Efteling ga. Behalve als ze Holle Bolle Gijs zodanig hebben aangepast dat je alle pretparkmensen in z’n mond kan deponeren. Dan sta ik vooraan in de rij.

Hoppa, weg ermee

Hoppa, weg ermee.

Advertenties