Vaarwel donkerblauwe vriend

Het is natuurlijk al lang en breed bekend dat ik een beetje raar bent. Maar jullie weten nog geen 40% van mijn rare eigenschappen. Na het lezen van deze post weten jullie vrijwel zeker dat ik zwaar gestoord ben…

Wat is mijn rare eigenschap dan? Nou, laat ik het jullie eens vertellen: Ik ben ontiegelijk slecht in afscheid nemen. Van mensen en dieren, maar ook van spullen. Zo kan ik moeilijk afstand doen van oude knuffels, kledingstukken en bewaar ik zelfs mijn oude schoolagenda’s. Er kleven herinneringen aan, dus ik vind het moeilijk om het weg te gooien. Waarschijnlijk kom ik later ook compleet doorgedraaid op TLC omdat ik tegen die tijd ook geen pizzadozen en oude kattendrollen meer weg kan gooien. Ahum.

Vandaag beleef ik een moeilijk moment, want ik moet afscheid nemen van iets. Iets waar een normaal mens totaal niet bij stil staat als het moment daar is. Iets wat voor de meeste mensen juist een leuk moment is. Maar voor mij niet. Ik moet vandaag afscheid nemen van de auto. Jawel. Een auto. Ik ben serieus. Het gaat om een donkerblauwe Ford Focus stationwagon van elf jaar oud. Maar voor mij is het niet zomaar een donkerblauwe Ford Focus stationwagon…

Ruim zeven jaar geleden ruilden mijn ouders de oude Ford Escort in voor een wat nieuwer model, namelijk de Ford Focus. Ik was toentertijd veertien jaar oud. Erg interessant vond ik deze auto niet. Het is maar een vervoersmiddel, nothing more. Maar in de loop der jaren zijn er steeds meer herinneringen aan blijven kleven. Zo heeft de auto ons meerdere malen helemaal naar Frankrijk, België en zélfs Denemarken gereden. Ook heeft de auto onze laatste vakantie als gezin meegemaakt. Ik denk dat ik minimaal 40 uur – al klierend met mijn zusje – op de achterbank heb doorgebracht. Hij werd compleet volgeladen (want er gingen drie vrouwen op vakantie) en soms was ‘ie zo zwaar dat we heel voorzichtig over drempels heen moesten rijden, omdat we anders de onderkant van de auto beschadigde…

Soms leek de auto meer op een pakezel

Soms leek de Ford meer op een pakezel dan op een auto

Ook heeft de auto mijn vader altijd veilig naar zijn werk gebracht. Eerst ging ‘ie iedere dag op en neer naar Amsterdam, later toerde hij door heel Zuid-Holland. Nooit heeft ‘ie met pech langs de kant van de weg gestaan. En is mijn vader iedere dag gelukkig weer heelhuids thuis gekomen.

Maar dit was niet het enige, de auto heeft ook:

– Bezoekjes aan de Ikea overleeft, waar een half interieur in werd gepropt;
– Ieder jaar een nieuwe kerstboom mogen halen;
– Ieder vriendje van mij en me zusje meegemaakt;
– Mijn zusje en mij regelmatig naar feestjes, concerten en andere social activities gebracht;
– Tot twee keer toe door Parijs heen mogen crossen.

HE'S ON A BOAT

HE’S ON A BOAT MOTHAFUCKERSS

Dit zijn een aantal redenen waarom deze auto zo speciaal voor me is. Maar de hoofdreden is toch wel dat het ‘mijn’ eerste auto is geweest. Op mijn 17e maakte ik een Franse parkeerplaats onveilig en mocht ik voor het eerst de auto besturen. Toen ik tussen mijn 18e en 21e rijlessen had, mocht ik af en toe in de auto oefenen. Met mijn vader ernaast, natürlich. Eén van die oefenritjes heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik m’n rijbewijs heb gehaald. Sinds juli 2013 mocht ik legaal erin crossen, en daar heb ik ook flink gebruik van gemaakt. Regelmatig tufte ik naar de stad of naar m’n vrienden. Had ik geen zin om te wachten op de bus? Dan pakte ik  gewoon de auto. Ik ben zelfs een keer naar de Efteling gereden met de Ford.  De eerste keer dat ik alleen in de auto mocht rijden weet ik nog zo goed. Ik ging naar m’n band toe, had keihard Radio Veronica aan en blèrde mee met Smells Like Teen Spirit van Nirvana. Dit was één van de gelukkigste momenten uit m’n leven. Oh, wat vond ik het fijn dat ik niet meer afhankelijk was van het OV. Of van m’n vader, die regelmatig als taxichauffeur fungeerde.

Selfies met mezelf, m'n zusje en de Ford

Selfies met mezelf, m’n zusje en de Ford

Maar toen, op een dag, ging het fout. Ik zou met de auto mijn zusje ’s avonds ophalen van haar werk. Ik had die avond al gedoucht en sprong in m’n pyjama de auto in. “Zal je niet even wat anders aantrekken, stel dat er onderweg iets gebeurd”, zei mijn moeder nog. Ik vond dat niet nodig. Blijkbaar had mijn moeder een voorgevoel, want die avond reed ik de auto kapot. Het was al donker en ik zat te lachen met mijn zusje. Hierdoor zag ik een betonblok op een stoep over het hoofd en kreeg ik het voor elkaar om de voorkant van de auto erop vast te zetten. Na nadere inspectie van mijn vader, kon er geconcludeerd worden dat de reparatiekosten hoger zouden zijn dan dat de auto überhaupt waard was. Oftewel: ik had ‘m total loss gereden. Nog nooit heb ik me zo schuldig gevoeld tegenover mijn ouders. En tegenover de auto. De Ford reed zo prettig. Ik kon optrekken in z’n twee, kon zonder problemen nog rijden met de handrem erop (oeps) en kon ik nog behoorlijk scheuren met zo’n oude wagen. Ik, maar ook mijn ouders, vinden het allemaal best erg dat we nu noodgedwongen de auto weg moeten doen.

En vandaag is het dan zover. We moeten de auto gaan inruilen bij de garage. De dealer wist ons te vertellen dat de Ford naar Afrika gaat, aangezien ze daar gewoon met verrotte auto’s rijden. Stiekem wil ik helemaal niet dat de auto naar Afrika gaat. Ergens vind ik het zielig voor ‘m. De auto verdient een waardige oude dag. Helemaal na alles wat we hebben meegemaakt met die wagen en al die veilige kilometers. Ik hoop dat de nieuwe eigenaar een beetje goed voor ‘m zal zorgen.

Dag donkerblauwe Ford Focus stationwagon. Ik zal aan je denken.